Lae me ’t is hebbe over zinge en meziek ‘n Componist die mot al hêêl veul wete Voor dattie een mozaïek An klanke, note schrijft en soms ok krete Alhier op ’t aailand hebbe me uitvoerende musici ’n Verschil van zinge, blaeze en nog veul meer iñstrumente Azzie ’t hoort, zijn d’r netuurlek ok critici [...]
Read More

1926 De veugel vloog traog over de Hoeksche Waerd En zag d’n trem raie naer Krôôswaik toe Hêêl hard ging dat niet, ’t lag niet in d’n aerd Van de meñse, ze wiere toch wel moe D’r kwam dan nog ’n anderen trem Van de kant van Baierland Je hoorde de harde locemetievestem Je mos [...]
Read More

De nachten worden langer. De duisternis valt in over de lege akkers – einde en nieuw begin. We liggen uren wakker en langzaam wordt het licht. De zon lekt door de wolken. Je ogen vallen dicht. Je ziet de zwarte aarde, het kiemen van het graan. Dit zijn de jongste dagen. Er komt geen einde [...]
Read More

Je hebt te vaak op de trekker gezeten, tegen het licht in gekeken, met je ogen geknepen en nu staat de zon in je huid. Je was altijd buiten, zei je. Open lag het land in een omhelzing van dijken. Open lag het land in een omheining van bloemen en jij, in de kracht van [...]
Read More

De wolken – ze trekken zonder haast voorbij: plooibare gebergtes, doorschijnende kolossen, niet van zins om te blijven. Liever oplossen, liever verwaaien, in het verschiet liggen, hoger dan de vogels, hoger dan de bergen reiken en verdwijnen. De wolken – ze verhoren de dorst van het land, verschijnen als engelen in viltgrijze, in zonwitte gewaden, [...]
Read More

Ik ben op jouw schreden teruggekeerd van Numansdorp naar Strijensas – een kleine bedevaart, dit klompenpad langs Schuring, het Verloren Diep, voorbij het Land van Essche en de Esscheplaat naar Strijensas: een huis van steen, een pannendak. Wie weet scheen de zon, de eerste lentedag, zag je het werkvolk op het land, hun hutten die [...]
Read More

Wegen zijn dode rivieren. Ze liggen bewegingloos in het land. Boven hen siddert de lucht. Onder hen is de aarde leger dan een woestijn. Je vindt er slechts lichaamsresten: stekels van egels, darmen, duivenveren. Alleen aan de randen ritselt het leven: fluitenkruid, klaprozen, het lenige gras. Ook al lopen ze vol, ook al stromen ze [...]
Read More

De vogels – ze kwamen, namen het luchtruim in, vulden die blauwe danszaal boven ons met roffels, trillers en ratels, met zang. De vogels – ze legden op grote hoogte een wegennet aan. Boven ons zijn wegen die wij niet kennen. Boven ons zijn wegen die wij nooit gaan: een Route du Soleil van Noord [...]
Read More